Liefdevolle en lege grashanden van God

Het ruisen van de habijten klinkt de kerk door, gefascineerd staar ik naar de oude zusters die vol eerbied knielen, bidden en zingen. Het loflied wordt aangeheven, de schuld wordt beleden en voor de wereld wordt gebeden. Rust. Stilte. Totaal. Zomaar ben ik uit de drukte van Rotterdam en studie getrokken en neergezet in een klooster ergens in Brabant. Stilte.

Gelukkig zit het weer mee en staat de kloostertuin mooi in bloei. Ik lig in het gras en lees honderd keer hetzelfde bijbel vers, omdat ik het maar niet kan snappen dat ik álles in bidden en smeken met dankzegging bij God bekend kan maken. Ik overdenk, val in slaap in het gras en wordt weer wakker. Ik wil graag antwoorden, veel antwoorden. Daarom ben ik de stilte ook gaan opzoeken, eindelijk eens tijd om heel mijn hart bij God uit te storten, maar bovenal, tijd om honderd antwoorden van God te krijgen. Teksten en tekenen, een goede stille tijd.

Wandelend door de tuin kom ik aan bij de ponny’s. Ik sta stil, pluk wat gras en steek mijn hand naar ze uit. Ze komen naar me toe, logisch. Ze zien het gras. Ietsje later strek ik alleen mijn hand uit, mijn lege hand. Ik wil ze aaien dit keer. Maar, ze komen niet. Logisch, dit keer heb ik geen gras wat ze kunnen eten. Ik kijk bedenkelijk, ik wil ze gewoon even liefdevol aaien maar dat lijkt niet genoeg. Ik schrik even en denk: ‘Ben ik ook zo naar God toe? Dat ik alleen maar kom als ik zie dat Hij iets geeft?’ Kan ik ook gewoon naar God toe omdat ik zie dat Hij Zijn lege hand liefdevol uitstrekt en wil laten weten dat Hij van me houdt? Het ontroerd en raakt me. Hoe lang is het geleden dat ik gewoon de tijd nam om bij God te zijn, omdat God, God is? Hoe vaak heb ik mij afgelopen maanden wel niet naar God toe geworsteld omdat ik nou eenmaal antwoorden wilde hebben op de grote levensvragen in mijn leven?

Ik zou eens vaker naar Zijn liefdevolle en lege-gras handen moeten komen. Want Hij houdt echt niet alleen van me als Hij wat geeft. Hij houdt juist van me door soms alles te laten vallen en Zichzelf te geven. Liefde, dat zijn de lege handen van God. Met maar één doel. Ik in Zijn nabijheid. Laten zien dat Hij van me houdt.

De tijd van rust is aangebroken. Durf ik gewoon even stil te staan en bij de lege handen van God te komen? Ik heb geen duizend antwoorden nodig, geen honderd bevestigingen, geen tientallen opvullingen van de dingen waaraan ik  vind dat het mij ontbreekt. Ik heb uiteindelijk alleen maar God nodig.

Daar staat Hij, met lege handen. Klaar om jou en mij te ontvangen. Leg je verlangens maar neer, prevel en zucht ze maar. Laat je tranen maar gaan, vertel je pijn en stel al je vragen. Maar bovenal, wees gewoon bij Hem, omdat Hij God is, en jij niet. En bedank Hem, zonder dat je ook maar iets concreets hebt ontvangen van wat je hebt uitgestort. Bedank Hem maar gewoon voor Zijn lege liefdevolle handen.

Vier dat er geen mens kan zijn op deze aarde die Hem weerhoudt om onze goede God te zijn. De God van de lege handen, Die overvloed geeft door Zijn aanwezigheid in mijn leven. Laat alles even vallen, hou je handen leeg en hou ze open. Hij is er, staat klaar met lege handen. Jij in Zijn nabijheid. Hij wil laten zien dat Hij van je houdt.

Dat was misschien nog wel de grootste les in het klooster: dat ik alles wilde weten en zo het zicht op God was vergeten. Door mijn vragen en eindeloos van alles willen ontvangen van God, zag ik de lege liefdevolle handen van God niet meer. Hij strekt ze uit, elke dag. Ik wilde niet komen, nam met alleen Zijn aanwezigheid niet genoeg. Elke dag.

Ik wil komen. Vandaag, morgen en alle dagen die volgen. Beter één dag bij Zijn lege liefdevolle handen en Zijn overvloedige aanwezigheid, dan duizend ergens anders. En ja, er komen tijden dat ik dat niet wil. Maar dan nog, wil Hij het wel en blijft Hij daar staan met lege-liefdevolle handen. Liefde. Dat zijn de lege handen van God. Hij geeft Zichzelf.

Ga je mee?

 

Advertenties

Al de dagen

Geniet, huil en heb lief
Al de dagen van je vluchtige leven
ontvang, deel uit van alles wat je is gegeven
leef, besta en doe je werk
hou je hoofd omhoog, sta in je Schepper sterk.

Bouw, breek af en lach
Al de dagen van je vluchtige leven
bewaar, omhels de mensen die je zijn gegeven
Verlies, zwijg, spreek en laat gaan
ontvang van je Schepper
al die rauwe en mooie dagen van je vluchtige bestaan.

Whats wrong with that?

Oké, loop een aantal uur door de stad heen, loop wat winkels in en aan het eind ken je de Top 40 uit je hoofd. Je weet wel, de Top 40 waar ik enorm gevoelig voor ben en waarvan dan alle teksten weer in m’n hoofd zitten en dat ik het dan niet kan laten om soms gewoon mee te tikken met mijn vinger. Nou. Die dus.

Ik liep dus in een niet nader te noemen kledingwinkel en zag een man die was meegenomen door zijn vrouw, niet om de tassen te dragen maar om de kinderwagen waar zijn twee kinders inzaten te duwen. Ik heb het vaak wel snel gezien in een kledingwinkel, dus ik observeerde even de goed geklede vader en zijn twee kinderen. Uiteraard met achtergrondmuziek. Dit keer had het deze tekst:

“No thank you” is what I should’ve said, I should be in bed
But temptations of trouble on my tongue, troubles yet to come

“One sip, bad for me
One hit, bad for me
One kiss, bad for me
But I give in so easily
And no thank you is how it should’ve gone
I should stay strong

But I’m weak, and what’s wrong with that?
Boy, oh boy I love it when I fall for that
I’m weak, and what’s wrong with that?
Boy, oh boy I love ya when I fall for that
I’m weak
But I’m weak, and what’s wrong with that?
Boy, oh boy I love ya when I fall for that.”

Bij het zinnetje: ‘boy, oh boy I love it when I fall for that’, hoorde en zag ik het iets oudere jongetje dat ook in de kinderwagen zat, mee doen. ‘Boy, oh boy.’  Ik fronste even m’n wenkbrauwen, hoorde ik het nu écht goed? Ja, ik hoorde het echt goed. De kans was groot dat de ouders ook gewoon vaak de Top 40 aanhadden, zodat het zelfs in het hoofd van een klein jongetje bleef hangen. Lekker dan. Een kleine kerel, die nu al over verleidingen zingt die niet te weerstaan zijn.

Anderhalf uur later loop ik door Amsterdam. De Wallen dit keer. Ik raad het je niet per se aan, maar soms is het voor mij goed om even te beseffen in welke misère we als mensheid zijn gekomen én daarnaast om daar te wandelen en mijn gebeden voor deze vrouwen en mannen te laten opstijgen. Ik zie de mensen lopen en in mijn achterhoofd klinkt het liedje door: ‘I’m weak, and what’s wrong with that?’.  Zouden mensen dat hier denken, de vader van de drie kinderen die toch even langs de vrouwen van de rode lichten gaat. ‘Ik ben zwak, maar… whats wrong with that?’

Maar goed, dan zijn dit de extreme uitspattingen. De uitspattingen van seks en je volledig laten gaan in de alcohol of drugs. Maar, ik zing het liedje soms nét zo hard mee. Nee, natuurlijk niet direct het liedje van de top 40. Maar het liedje van de discipelen die sliepen.  Mijn geest wil wel hoor, maar mijn vlees is zwak. Het lied van Paulus: wat ik niet wil, dat doe ik. Daarná maak ik het af met de zin van het liedje: ‘Ja, ik ben dus zwak, maar…what’s wrong with that?’ Want als ik eerlijk ben, tot bloedens toe tegen de zonden strijden zoals er in Hebreeën 12 staat? Man, daar ben ik toch veel te moe voor?

Laten we het allemaal niet te snel gebeuren als christenen onder elkaar? We zingen hetzelfde liedje, beamen dat we e-norm zwak zijn en niets zelf kunnen. En dat er veel verleidingen zijn. Maar, wat is er eigenlijk echt verkeerd aan? De duivel neemt heerlijk stap voor stap zijn terrein in. Omdat wij onze wapens niet oppakken en geen licht over de verleidingen geven en heimelijk denken: ‘Wat is er eigenlijk verkeerd aan?’

Zo, ik ben er weleens klaar mee. Dat zwakke gedoe van mezelf. Want soms vraag ik me bij dingen die als verleidingen kunnen worden gezien, oprécht af: ‘maar, wat is er eigenlijk verkeerd aan?’

“We, we fall for that
Wake up, we fall again
We, we fall for that
Can’t wait to fall again” 
zingt de zanger.

We blijven vallen. Dié zanger had pas een zondebesef. Hij kon alleen niet wachten om opnieuw te vallen. Het hele funeste van de verleiding is, dat het nog best goed voelt ook én dat we erover zwijgen. Zullen we een keer onze maskers af doen en onze zonden belijden, het open gooien? Ik ben zwak, en ik vind er eigenlijk weinig verkeerds aan. Op het gebied van het huwelijk, seksualiteit, roddel, het gebruik van het wereldwijde web, gemeente zijn, of wélk gebied dan ook maar.

Dat we daarna dan de Bijbelse Top-nog-meer-dan-150 laten zingen: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?’ Sjoeh. Een lied van mineur en teloorgang? Nee, het zingt verder: “Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.’

Jezus. Het antwoord op mijn zwakheid. Maar dan moet ik wel mijn oog schérp op Hem gericht hebben. Zoals Hebreeën 12 zegt. O, en het moet samen, kijk maar: ‘Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo’n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof…’  ‘Want let toch scherp op Hem Die zo’n tegenspraak van de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet verzwakt en bezwijkt in uw zielen. U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde..’’ O, en nog iets verder op staat er: ‘Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien. Zie erop toe dat niemand achterop raakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.’

Juist, ik heb jou nodig, mede gelovige, om samen op Jezus te zien en ik heb jou nodig om dat soms even tegen mij te zeggen, mij aan te sporen en me te helpen om tot bloedens toe te strijden tegen de zonden. Want ik ben zwak. En ik geef te snel toe. En daar is alles verkeerd aan.

Ik heb nodig dat iemand voor mij bidt omdat ik te snel toegeef en daar is alles verkeerd aan.

Ik heb iemand nodig die soms samen met mij prevelt: ‘leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Want ik geef te snel toe en daar is alles verkeerd aan.

Ik heb iemand nodig die mij soms even naar mijn zwaktes vraagt en hoe het daar nu mee is. Want ik geef te snel toe en daar is alles verkeerd aan.

Ik heb iemand nodig die de Bijbel als spiegel naar mijn leven toe durft te houden. Want ik geef te snel toe en daar is alles verkeerd aan.

Wat God in Jezus Christus van ons verlangt, is een heilig leven. Tot eer van Zijn Naam. Dan kan ik het mij niet veroorloven om het lied te blijven zingen: Ik ben zwak, maar wat is er verkeerd aan?

Waar zit jij? Ver in de verleiding, heeft het je verstrikt? Geef het ruimte, vertel het tegen God en tegen een medestrijder. Maar bovenal: ga naar het kruis. Vervul je niet met verleiding en vuil maar laat je vervullen met de Heilige Geest, spreek onder elkaar met psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. (Efeze 5:19)

Dat bid ik je toe. In welke verleiding jij ook zit. Laat het niet bij het liedje van de Top 40 blijven. Het mooiste en krachtigste loflied heeft namelijk al geklonken. Werp je zonden af bij het kruis, láát ze van je afnemen en houdt het bij het loflied van Jezus Christus: ‘het is volbracht en daar is álles goed  én genoeg aan.’

Geduld is een ehhhh…

De wind waait door de bomen van het pittoreske ‘De Klomp’. Ja, dat is een mini-onderdeel van Ede. Ik sta bij het treinstation en wacht. De trein heeft vertraging. Balen wel, want ik mis dan net mijn aansluiting met de bus. Nu moet ik weg geteld wel 15 minuten lopen naar de CHE. Maar goed. Geduld schijnt een schone zaak te zijn.

Het meisje naast mij vind dat echter niet. Boos loopt ze heen en weer en zegt tegen de jongen die bij haar staat: ’Zie je, ik had nooit naar je moeten luisteren, ik had de bus moeten nemen naar Amersfoort. Nu haal ik mijn les niet, dit is echt verschrikkelijk!’ De jongen zwijgt en kijkt met een ongemakkelijke blik om zich heen. Ik aanschouw het tafereel en kijk peinzend toe hoe ze dramatisch uit staat te kijken naar de trein. ‘Hij is er nog niet he!’ zegt ze twee minuten later. ‘Ik vind dit echt niet leuk, sjonge, echt slechte ideeën heb jij zeg!’ En zo gaat de tirade nog even door. Hij mompelt en schuifelt wat met zijn voeten, zonder ook maar dwars tegen het meisje in te gaan. Ik hoor mezelf bíjna hardop zeggen: ‘Arme broer.’ Althans, ik ga er even vanuit dat hij haar broer is vanwege het lengte verschil.

Als het wachten nog langer gaat duren ben ik bang dat ze boos weg loopt en de jongen beteuterd achter laat. Maar nee, daar komt de trein toch de bocht om. Safed by the train. ‘Hé,hé!’ zucht het meisje. Boos stapt ze in. We blijven gezellig met zijn alle in het voorportaal van het treinstelsel staan. Maar daar gaat ze nog even verder met haar tirade: ‘Dit had ik kunnen weten, ik had toch gezegd dat het zo geen goed idee was om met jou mee te gaan. Zucht. Ik kán gewoon niet te laat komen, dit is verschrikkelijk.’ En ondertussen haalt ze er allerlei redenen en theorieën bij die ze onder toeziend oog en luisterend oor van de trein mensen voor de broer uit stalt. Waarom het zo’n slecht idee was en waarom vooral híj zulke slechte ideeën had. Hij kijkt mij wat met een ongemakkelijke glimlach aan.

Oké, dat is voor mij het sein om in te grijpen. Nu heb ik het wel gehad. Geduld ís een schone zaak. Maar nu ben ik de tirade van het meisje wel beu én mijn medelijden met de broer is over het randje van de emmer gegaan. Ik trek mijn mond open en probeer haar vriendelijk aan te kijken: ‘Zeg, vergaat de wereld nu denk je?’ ze is even perplex en zegt: ‘Nee.’ Ik knik en zeg: ‘oke, misschien moet je dan je broer niet zo uitkafferen, want hij kan er ook niets aan doen dat die trein te laat is, en er zijn echt wel ergere dingen in deze wereld.’ Ze zwijgt en haalt haar schouders op. Demonstratief kijkt ze de andere kant op. Ik hap weer naar adem en knik de broer bemoedigend toe. Ik snap wel hoe vervelend het kan zijn, jongere broertjes of zusjes. De trein stopt en we stappen gezamenlijk uit. Daar scheiden onze wegen.

Maar, Ede zou Ede niet zijn als niet iedereen wel een connectie heeft met iemand op Facebook die iemand dan ook weer kent die ik ken. En jawel, een paar maanden later verschijnt er een bekend gezicht op mijn scherm, een foto van het meisje van de trein. Ik klik de foto aan en klik door. Daar staat ze. Met haar armen innig om haar broer heen. Te innig. Het blijkt haar verloofde te zijn.

Geduld is een schone zaak. Had ik het maar geweten.

Trampaasfeest in Rotterdam

Ik zit in de tram die dwars door Rotterdam heen zoeft. Ik passeer het Centraal Station, Weena en het Schieplein. De zakkende zon schijnt door de ramen. In de hoek staat een moslima met haar dochtertje. Het meisje zoekt oogcontact en trekt een gekke bek naar me. Ik volg haar voorbeeld.

Levendig veelkleurig Rotterdam glijdt voorbij. De tram maakt weer een stop en er komt een moeder binnen. Ze ziet er wat verhit uit en bestuurt een grote kinderwagen. Naast haar lopen ook nog 2 kleine ieniemienie mensjes. Het jongetje en het meisje stuiven de tram in en lopen direct naar de voorkant van het gevaarte. De moeder krijgt het aanzienlijk nog meer benauwd, want ze kan ze niet achterna met haar grote kinderwagen en baby. Schreeuwend door de tram, probeert ze haar kinderen te vermanen. Maar die trekken zich er niet veel van aan en kiezen zelf een plaatsje uit. De moeder houdt ze zenuwachtig in het oog, en corrigeert ze meerdere malen.

Plotseling hoor ik een paar banken achter me: ‘Zo blij, zo blij, want Jezus is er bij, zo blij, zo blij want Jezus wooohoont in mij!’ Een gevoel van verwondering overstroomt me in combinatie met een flashback naar de tijd dat ik de liedjes van Elly en Rikkert grijsdraaide en springend op de bank mee zong. Ik krijg een nog grotere glimlach op mijn gezicht en de moeder ziet het. ‘Nou mevrouw, uw kinderen kunnen ieder geval wel heel mooi zingen!’ de moeder glimlacht en zegt: ‘ehh, ja dát leren ze op school!’ Opnieuw vullen de 2 zingende kinderstemmetjes de tram.

Even later komen de twee deugnieten tóch maar terug naar hun moeder en nemen ze plaats op de stoelen naast en tegenover mij. Met een grote grijns maak ik ze duidelijk dat ze erg mooi kunnen zingen. Twee paar ogen kijkt me stralend aan. Ik kan het niet laten om in te zetten: ‘Zo, blij. Zo, blij! Want Jezus woohoont in mij.’ Ze beginnen te lachen en zingen mee: ‘Zo, blij, zo, blij! Want Jezus woohoont in mij!’ Ik zie de vraag in hun ogen: ‘Hoe kent dat vreemde meisje dit liedje nou?!’ Vol verwachting vraag ik aan het 4/5-jarige jongetje of ze nog meer liedjes hebben geleerd op school. ‘Jahaaaa’ knikt het jongetje.  Spontaan zet hij het in: ‘weeeeeeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeeeft…’ Zijn zusje en ik zingen mee: ‘Hij is op-geeee-staaaaaan, ze hadden Hem gekruisigd en in een graf gedaaaaaaan, maar na drie donkeeeruh dagen is Hij weer op geeestaaaahaaan!’

De tramconducteur onderbreekt ons en vraagt naar m’n OV-kaart. ‘Gezellig in de tram hé, mevrouwtie!’ Ik beaam het helemaal en baal als ik zie dat de tram bijna op plaats van bestemming is.

Dan hoor ik het jongetje naast me het opnieuwzingen: ‘weeeeeeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeeeeeeft?!’ Omstanders in de tram bekijken het schouwspel met een glimlach. Nog 1 keer zingen we de allerbelangrijkste vraag, die ik nauwelijks aan mensen durf te stellen. Maar nu krijgen wij, 2 kleine kinderen en ik de kans: ‘Weeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft?!’ En dat? Dát is Pasen. Elke dag.

Pasen ligt nu achter ons.  De daar-juicht-een-tonen zweven wat weg.  Vergeet het niet en zing het je hele leven door, kinderlijkverlangend en vragend aan de mensen om je heen. Wéét dat Jezus leeft.

Want heel de wereld moet het horen en weten dat Jezus leeft, voordat ze Hem in lévende lijven zullen zien, en diep zullen weten dat Hij leeft.

Lééf dat Jezus leeft!

Door Hem, in mij.

In stilte gekomen.
In zwijgen gegaan.
In morgenstilte
ten derde dagen opgestaan.
 
Het donker verdwenen
De Zoon is herrezen.
De kracht is volbracht.
De Geest is gekomen.
Dood verliest haar macht.
 
In mij
Diezelfde Geest.
Opgewekt. krachtig. Oneindig.
Nimmer stervende.
Het begin van een nooit eindigend vreugdefeest.
Halleluja!