Geduld is een ehhhh…

De wind waait door de bomen van het pittoreske ‘De Klomp’. Ja, dat is een mini-onderdeel van Ede. Ik sta bij het treinstation en wacht. De trein heeft vertraging. Balen wel, want ik mis dan net mijn aansluiting met de bus. Nu moet ik weg geteld wel 15 minuten lopen naar de CHE. Maar goed. Geduld schijnt een schone zaak te zijn.

Het meisje naast mij vind dat echter niet. Boos loopt ze heen en weer en zegt tegen de jongen die bij haar staat: ’Zie je, ik had nooit naar je moeten luisteren, ik had de bus moeten nemen naar Amersfoort. Nu haal ik mijn les niet, dit is echt verschrikkelijk!’ De jongen zwijgt en kijkt met een ongemakkelijke blik om zich heen. Ik aanschouw het tafereel en kijk peinzend toe hoe ze dramatisch uit staat te kijken naar de trein. ‘Hij is er nog niet he!’ zegt ze twee minuten later. ‘Ik vind dit echt niet leuk, sjonge, echt slechte ideeën heb jij zeg!’ En zo gaat de tirade nog even door. Hij mompelt en schuifelt wat met zijn voeten, zonder ook maar dwars tegen het meisje in te gaan. Ik hoor mezelf bíjna hardop zeggen: ‘Arme broer.’ Althans, ik ga er even vanuit dat hij haar broer is vanwege het lengte verschil.

Als het wachten nog langer gaat duren ben ik bang dat ze boos weg loopt en de jongen beteuterd achter laat. Maar nee, daar komt de trein toch de bocht om. Safed by the train. ‘Hé,hé!’ zucht het meisje. Boos stapt ze in. We blijven gezellig met zijn alle in het voorportaal van het treinstelsel staan. Maar daar gaat ze nog even verder met haar tirade: ‘Dit had ik kunnen weten, ik had toch gezegd dat het zo geen goed idee was om met jou mee te gaan. Zucht. Ik kán gewoon niet te laat komen, dit is verschrikkelijk.’ En ondertussen haalt ze er allerlei redenen en theorieën bij die ze onder toeziend oog en luisterend oor van de trein mensen voor de broer uit stalt. Waarom het zo’n slecht idee was en waarom vooral híj zulke slechte ideeën had. Hij kijkt mij wat met een ongemakkelijke glimlach aan.

Oké, dat is voor mij het sein om in te grijpen. Nu heb ik het wel gehad. Geduld ís een schone zaak. Maar nu ben ik de tirade van het meisje wel beu én mijn medelijden met de broer is over het randje van de emmer gegaan. Ik trek mijn mond open en probeer haar vriendelijk aan te kijken: ‘Zeg, vergaat de wereld nu denk je?’ ze is even perplex en zegt: ‘Nee.’ Ik knik en zeg: ‘oke, misschien moet je dan je broer niet zo uitkafferen, want hij kan er ook niets aan doen dat die trein te laat is, en er zijn echt wel ergere dingen in deze wereld.’ Ze zwijgt en haalt haar schouders op. Demonstratief kijkt ze de andere kant op. Ik hap weer naar adem en knik de broer bemoedigend toe. Ik snap wel hoe vervelend het kan zijn, jongere broertjes of zusjes. De trein stopt en we stappen gezamenlijk uit. Daar scheiden onze wegen.

Maar, Ede zou Ede niet zijn als niet iedereen wel een connectie heeft met iemand op Facebook die iemand dan ook weer kent die ik ken. En jawel, een paar maanden later verschijnt er een bekend gezicht op mijn scherm, een foto van het meisje van de trein. Ik klik de foto aan en klik door. Daar staat ze. Met haar armen innig om haar broer heen. Te innig. Het blijkt haar verloofde te zijn.

Geduld is een schone zaak. Had ik het maar geweten.

Trampaasfeest in Rotterdam

Ik zit in de tram die dwars door Rotterdam heen zoeft. Ik passeer het Centraal Station, Weena en het Schieplein. De zakkende zon schijnt door de ramen. In de hoek staat een moslima met haar dochtertje. Het meisje zoekt oogcontact en trekt een gekke bek naar me. Ik volg haar voorbeeld.

Levendig veelkleurig Rotterdam glijdt voorbij. De tram maakt weer een stop en er komt een moeder binnen. Ze ziet er wat verhit uit en bestuurt een grote kinderwagen. Naast haar lopen ook nog 2 kleine ieniemienie mensjes. Het jongetje en het meisje stuiven de tram in en lopen direct naar de voorkant van het gevaarte. De moeder krijgt het aanzienlijk nog meer benauwd, want ze kan ze niet achterna met haar grote kinderwagen en baby. Schreeuwend door de tram, probeert ze haar kinderen te vermanen. Maar die trekken zich er niet veel van aan en kiezen zelf een plaatsje uit. De moeder houdt ze zenuwachtig in het oog, en corrigeert ze meerdere malen.

Plotseling hoor ik een paar banken achter me: ‘Zo blij, zo blij, want Jezus is er bij, zo blij, zo blij want Jezus wooohoont in mij!’ Een gevoel van verwondering overstroomt me in combinatie met een flashback naar de tijd dat ik de liedjes van Elly en Rikkert grijsdraaide en springend op de bank mee zong. Ik krijg een nog grotere glimlach op mijn gezicht en de moeder ziet het. ‘Nou mevrouw, uw kinderen kunnen ieder geval wel heel mooi zingen!’ de moeder glimlacht en zegt: ‘ehh, ja dát leren ze op school!’ Opnieuw vullen de 2 zingende kinderstemmetjes de tram.

Even later komen de twee deugnieten tóch maar terug naar hun moeder en nemen ze plaats op de stoelen naast en tegenover mij. Met een grote grijns maak ik ze duidelijk dat ze erg mooi kunnen zingen. Twee paar ogen kijkt me stralend aan. Ik kan het niet laten om in te zetten: ‘Zo, blij. Zo, blij! Want Jezus woohoont in mij.’ Ze beginnen te lachen en zingen mee: ‘Zo, blij, zo, blij! Want Jezus woohoont in mij!’ Ik zie de vraag in hun ogen: ‘Hoe kent dat vreemde meisje dit liedje nou?!’ Vol verwachting vraag ik aan het 4/5-jarige jongetje of ze nog meer liedjes hebben geleerd op school. ‘Jahaaaa’ knikt het jongetje.  Spontaan zet hij het in: ‘weeeeeeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeeeft…’ Zijn zusje en ik zingen mee: ‘Hij is op-geeee-staaaaaan, ze hadden Hem gekruisigd en in een graf gedaaaaaaan, maar na drie donkeeeruh dagen is Hij weer op geeestaaaahaaan!’

De tramconducteur onderbreekt ons en vraagt naar m’n OV-kaart. ‘Gezellig in de tram hé, mevrouwtie!’ Ik beaam het helemaal en baal als ik zie dat de tram bijna op plaats van bestemming is.

Dan hoor ik het jongetje naast me het opnieuwzingen: ‘weeeeeeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeeeeeeft?!’ Omstanders in de tram bekijken het schouwspel met een glimlach. Nog 1 keer zingen we de allerbelangrijkste vraag, die ik nauwelijks aan mensen durf te stellen. Maar nu krijgen wij, 2 kleine kinderen en ik de kans: ‘Weeeeeeeetje wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft?!’ En dat? Dát is Pasen. Elke dag.

Pasen ligt nu achter ons.  De daar-juicht-een-tonen zweven wat weg.  Vergeet het niet en zing het je hele leven door, kinderlijkverlangend en vragend aan de mensen om je heen. Wéét dat Jezus leeft.

Want heel de wereld moet het horen en weten dat Jezus leeft, voordat ze Hem in lévende lijven zullen zien, en diep zullen weten dat Hij leeft.

Lééf dat Jezus leeft!

Door Hem, in mij.

In stilte gekomen.
In zwijgen gegaan.
In morgenstilte
ten derde dagen opgestaan.
 
Het donker verdwenen
De Zoon is herrezen.
De kracht is volbracht.
De Geest is gekomen.
Dood verliest haar macht.
 
In mij
Diezelfde Geest.
Opgewekt. krachtig. Oneindig.
Nimmer stervende.
Het begin van een nooit eindigend vreugdefeest.
Halleluja!

Heel Holland Bacht

De kaarsen zijn aangestoken op de grote kroonluchters van de grote oude kerk van Schiedam. Ik zit er klaar voor en moet er toch echt een keer aan geloven. De allereerste keer in mijn hele leven, ga ik nu 3 uur lang naar de Mattheüs Passion luisteren.

Met mijn bijbeltje op schoot hou ik nauwlettend in de gaten of Bach wel zo Bijbel vast was als dat er wordt gezegd. Wees gerust, Bach heeft overduidelijk letterlijk Gods woord gebruikt. Het lijdensevangelie werd nu létterlijk voor mij gezongen. De afwisseling tussen de evangelist die verteld en Jezus die spreekt, klinken nu in de vorm van muzieknoten. Als Jezus neerknielt in Getsemane zingt er een diepe bas stem door de eeuwen oude kerk: ‘De Verlosser valt voor Zijn Vader neer, daardoor verheft Hij mij en allen van onze zondeval weer opwaarts, tot Gods genade. Hij is bereid, de beker, de bitterheid van de dood, te drinken waarin de zonden van deze wereld zijn uitgegoten, en afschuwelijk stinken, omdat het de lieve God behaagt.’

Continue reading “Heel Holland Bacht”

Of leer mij maar niet…

Het feest wordt gevierd. Het feest van palm Pasen. Jezus die met palmtakken Jeruzalem wordt binnengehaald. De ezel waarop Hij zit, zet zijn poten op de kleding van de mensen. Het loven stijgt op: ‘Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere! Gezegend het Koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam van de Heere! Hosanna in de hoogste hemelen!’ Dat feest werd afgelopen zondag door de Koptische christenen in Egypte gevierd. Kinderen hieven hun palmtakken op, de mensen hielden de kruizen die gemaakt waren van palmtakken beet. Terwijl de priesters hun lofgezang aanhieven werd plotseling alles zwart. Of rood. Een bom gaat af. Tientallen mensen worden geraakt, komen om, blazen hun laatste adem uit. De IS heeft haar zin, dood en verderf. Lijden. En Jezus had gelijk: ‘in de wereld zul je lijden omwille van Mijn Naam.’ Het lof-Hosanna-lied sterft letterlijk weg. Hosanna, wat voor de Joden betekende: ‘Red!’ Dát Hosanna wordt een lijdens-hosanna.

Continue reading “Of leer mij maar niet…”

Jij bent echt..

Ze komt binnen. Wordt van top tot teen opgenomen. De jurymeneer roept het fluisterend uit: O-M-G. De juryvrouw zegt: ‘Jij bent een knapperd!’ Gecheckt. Er wordt gefloten terwijl ze staat op de stip van het programma Idols. Het woordje dat letterlijk afgodsbeeld of verafgoding betekend. Een talenten programma. Nederland kijkt, het vlees bezwijkt. Knap hoofd. Knap lichaam. Knappe vleeskeuring. Haar zang talent was niet bijster: ‘maar, mén wat ben jij knap zeg.’ Het woord: ‘Oog verblindend’ wordt de ruimte in geslingerd. Zo komen er nog heel wat kandidaten binnen. Worden gekeurd en naar de mate van de knapheid wordt de slogan nog een keer herhaald: ‘Jij bent écht een Idol.’

Continue reading “Jij bent echt..”