Mijn Hoop hangt

Mijn Hoop hangt aan een kruis
geslagen. Gedragen.
Moet ik die roep
Volg Mij
Nog wel wagen?

Mijn Hoop hangt aan een kruis.
Doornen. Honen.
Moet ik de reactie op
Volg Mij
Nog wel tonen?

Mijn Hoop hangt aan een kruis.
Juist daarom wil ik volgen.
Daar heeft Hij
mijn onvolgzaamheid
verzwolgen.

Geleden voor mijn onwil.
Mijn zonden en mijn pijn.
Ja Heere, dankzij Uw genade
wil ik zonder compromissen
Uw volgeling zijn.

Op de Rotterdamse straten

Ze speelde op de Katendrechtse straten.
En ik mocht mee doen.
Dat. Jawel.
Na drie panna’s van de kleine jongen met twinkel oogjes
was ik hem uiteindelijk ook drie keer te snel.
Een “wodiiiih vriend” van zijn vriend was het gevolg
op het voetbal-hoog-niveau-toch-niet-spel.
Zijn zusje vroeg daarna:’hoe heet u dan mevrouw?’
‘Maartje is mijn naam.’
Ze begon te giechelen:’dat lijkt op. Alsof je vriend bent met iemand. Maatje. Dat is leuk.’
Ze pakte mijn uitgestoken hand en schudde die meteen.
Kinderen op de Rotterdamse straten.
Zijn maten. Of ze je naam nu kennen of niet.
Als je maar met ze voetbalt maar bovenal ze ziét.
Want heus, achter die ondeugende gezichtjes
zitten eeuwigheidslichtjes.

Rotterdam

Gewoon

BEGIN VAN DE 40 DAGEN TIJD | MATTHEÜS 4:1-11

Als U gewoon Uw zelfgemaakte brood van stenen had gegeten.
Dan zou niemand van Uw liefdesontferming weten.
Als U gewoon de sprong van de tempel had besloten
Was Uw bloed ook nooit voor mij vergoten.
Als U gewoon voor de duivel had geknield
Was er geen rustend leven wat over de dood heen stand hield.
Als U gewoon niet had gestreden met Uw Heilig Woord.
Had iemand dan ooit van genadige vrijspraak gehoord?

40 dagen. 40 nachten. U hield stand.
Bleef strijden, vasten en volhardend wachten.
U had het ook gewoon niet kunnen doen.
Ondanks dat koos U voor al mijn lasten.

Gewoon,

had U dat kunnen doen.
Ongewoon hield U toch stand.
Ik zwicht er te vaak voor.
Vind dat gewoon.
Met mijn voeten op het brandend zand
ren ik nog liever weg dan dat ik in pijnlijk lijden en ongemak beland.

Leer mij genadig U te volgen
de woestijn van strijd en lijden in.
U heeft het overwonnen, ik sta aan het begin.

Laat het mij zien.
Bij elke verleiding, woord en handeling.
Dat het mijn Heere is, mijn God
Die ik dienend moet aanbidden
in mijn woestijnse wandeling.

Want dat is gewoon, gewoon voor genade.

Zorgenkinderen

Wakker worden na de zondag. Zoiets als, wakker worden met een kater. Of naja, een kater. Gewoon, dat je weet dat het er nu op aankomt, wat je zondag hebt gehoord. Of ik me dan in die aankomende week zal laten leiden door die liefde, en dat ik er uit zal leven dat Hij mij écht niet uit Zijn hand laat vallen. Dat ik dan een schaap ben, en dat Hij dan de Herder is die zorgt. Dat ik dan Zijn stem ken en dat ik Hem dan zal volgen. Continue reading “Zorgenkinderen”

Iedereen moet theologie studeren?!

Al een paar weken hebben we een schilder door het huis lopen, je raadt al wat hij doet. Hij schildert. Hij schildert de deuren, de posten, de kozijnen. De geur van de verf is door het hele huis te ruiken. Soms klinkt er trouwens ook een vrolijk gefluit door het huis. Een opwekkingsnummer, een psalm. Vorige week zei hij iets krachtigs: ‘Ik schilder voor de Heere.’

Ketjing. Spijker op z’n kop. De wereld op z’n kop.

 

Continue reading “Iedereen moet theologie studeren?!”